three problems:
Open-minded perception Onze waarneming is nooit 100% objectief. We kijken met onze eigen bril: Onze persoonlijke visie op de werkelijkheid. De concepten waarmee we observaties ordenen. Misverstand: wetten/theorieën ontstaan niet vanzelf. Je kunt patronen zien door observatie. Maar die worden pas een “theorie” als de onderzoeker ze interpreteert. Het inductieprobleem Inductie kent 2 vormen: a) Volledige inductie (full induction) Je onderzoekt alle gevallen. Voorbeeld: Alle leerlingen in de klas zijn getest. Alle leerlingen hebben een smartphone. Conclusie: alle leerlingen in de klas hebben een smartphone. ➝ Zeker, maar saai: je leert niets nieuws, want je wist het al. b) Onvolledige inductie (incomplete induction) Je onderzoekt slechts een deel en trekt een algemene conclusie. Voorbeeld uit je tekst: Ik heb een aantal films met Dustin Hoffman gezien. Al die films waren goed. Conclusie: alle films met Dustin Hoffman zijn goed. ➝ Interessant, maar onzeker: misschien zijn er slechte films die je nog niet gezien hebt. David Hume’s kritiek: Via inductie kun je nooit zeker zijn over de toekomst of nog onbekende gevallen. Voorbeeld: Tot nu toe komt de zon elke dag op. Conclusie: de zon komt morgen ook op. Logisch, maar niet absoluut zeker.