29 Matching Annotations
  1. Oct 2025
    1. art. 5:91 jo. 5:104 lid 2 BW

      Andere beperkte rechten: - hypotheek- en pandrecht zijn allebei een afhankelijk recht (art. 3:7 BW). Zij zijn verbonden aan de vordering tot voldoening van een geldsom die zij verzekeren. (art. 3:82). Deze rechten kunnen dus niet zelfstandig worden overgedragen, enkel samen met dde vordering die het verzekert. De vordering is dan het hoofdrecht, het pand- of hypotheekrecht is het afhanelijke recht.

    2. Vorderingsrechten kunnen bij beding onoverdraagbaar gemaakt worden (art. 3:83 lid 2 BW). Of dat beding goederenrechtelijke werking heeft moet naar objectieve maatstaven worden uitgelegd met inachtneming van de Haviltex-maatstaf (HR Oryx/Van Eesteren & HR Coface/Intergamma). Het moet dus echt duidelijk blijken.

      Om een beding met zekerheid goederenrechtelijke werking te geven (in de zin dat de vordering niet overdraagbaar is, in plaats van dat alleen de overdracht verboden is), moet de formulering de vordering zelf tot object maken.

      Juridisch de meest zekere en overduidelijke formuleringen zijn:

      Directe koppeling aan de vordering:
      
          "Deze vordering is onoverdraagbaar in de zin van artikel 3:83 lid 2 BW."
      
          "De vordering(en) voortvloeiend uit deze overeenkomst kan/kunnen niet worden overgedragen."
      
      Nadruk op de goederenrechtelijke consequentie:
      
          "De goederenrechtelijke overdraagbaarheid van deze vordering wordt uitgesloten."
      
          "De vordering is een goederenrechtelijk onoverdraagbare vordering."
      
    3. Overdracht is geregeld in Boek 3 afdeling 3.4.2. Deze regeling is van toepassing op alle soorten goederen. Bij overdracht wisselt een goed van vermogen. Het moet gaan om een overdraagbaar goed (art. 3:83 BW), hier staat anders geen bescherming tegenover. Eerst moet altijd voldaan zijn aan het vereiste van overdraagbaarheid, anders kom je niet toe aan art. 3:84 BW. Eigendom, beperkte rechten en vorderingsrechten zijn overdraagbaar, tenzij anders blijkt uit de wet of aard van het goed. Een voorbeeld waarbij overdraagbaarheid is uitgesloten, is te vinden in art. 3:226 lid 4 BW. Afhankelijke rechten zijn naar hun aard onoverdraagbaar (bijvoorbeeld pand- en hypotheekrechten), omdat zij slechts bestaan in verbinding met het recht waarvan ze afhankelijk zijn. Het kan bijvoorbeeld ook dat de gemeente een voorkeursrecht heeft op een bepaald stuk grond, als de eigenaar het dan wil vervreemden, is het onoverdraagbaar wanneer hij het niet eerst aan de gemeente aanbiedt. Ook mandeligheid en erfdienstbaarheid zijn voorbeelden die naar aard onoverdraagbaar zijn.

      -> vergunningen die persoonsgebonden zijn -> een vordering tot betaling van alimentatie, aangezien het naar zijn aard onlosmakelijk verbonden is met de persoon van de gerechtigde.

    1. De relevante markt moet in sommige gevallen, als niet duidelijk in de casus staat wat de relevante markt is, worden afgebaken

      Maar als dit wel duidelijk uit de casus blijkt ga daan niet zelf de relevante markt uitwerken op de tentamen dit is zonde van je tijd die je beter kan besteden aan andere vragen.

  2. Apr 2025
    1. art. 5 lid 3 Pbw

      De directeur is, voor zover zulks noodzakelijk is in het belang van de handhaving van de orde of de veiligheid in de inrichting of een ongestoorde tenuitvoerlegging van de vrijheidsbeneming, bevoegd aan de gedetineerden bevelen te geven. De gedetineerden zijn verplicht deze bevelen op te volgen.

  3. Mar 2025
    1. ncien regime

      Het Ancien Régime was het politieke en sociale systeem in Frankrijk vóór de Franse Revolutie (1789), gekenmerkt door absolute monarchie en een standenmaatschappij waarin de geestelijkheid en adel privileges genoten, terwijl de derde stand de lasten droeg.

    1. Opzet als mogelijkheid bewustzijn = voorwaardelijke opzet (aanvaarding aanmerkelijke kans); • Culpa met mogelijkheid bewustzijn = bewuste schuld (geen aanvaarding);

      Verschil tussen v.o. en b.s. ligt in de gedachtegang v/d vd. Bij v.o. neemt hij het strafbare gevolg op de koop toe, bij b.s. denkt hij te lichtvaardig over het strafbare gevolg (maar aanvaardt dan het strafbare gevolg niet)

    1. Gemeentewet

      Verschillen Aspect Noodbevelsbevoegdheid (art. 175) Noodverordeningsbevoegdheid (art. 176) Reikwijdte Gericht op individuele situaties of personen. Heeft een algemene werking en geldt voor iedereen binnen een bepaald gebied. Doelgroep Specifieke personen of groepen. Kan iedereen binnen de gemeente treffen. Vorm Bestaat uit een concreet bevel. Is een algemeen verbindend voorschrift (zoals een tijdelijke wet). Tijdelijkheid Zeer kortdurend, meestal direct van toepassing. Kan langere tijd geldig blijven zolang de noodsituatie voortduurt. Toetsing Beperkte juridische toetsing mogelijk vanwege urgentie. Kan door de rechter worden getoetst op rechtmatigheid, net als andere verordeningen. Voorwaarden Vereist een acute situatie waarin snel ingrijpen nodig is. Wordt toegepast wanneer structurele maatregelen nodig zijn binnen een crisis. Kort gezegd: de noodbevelsbevoegdheid is geschikt voor het nemen van onmiddellijke, persoonsgerichte acties, terwijl de noodverordeningsbevoegdheid een breder, regelgevend karakter heeft en meer gericht is op langdurige handhaving binnen een noodsituatie.

  4. Dec 2024
  5. Nov 2024
  6. Oct 2024