Houd stroom en voorraad uit elkaar: besparing en het begrotingstekort zijn stromen (per periode); vermogen en overheidsschuld zijn voorraden (op een moment). En let op S = I: dat geldt macro (nationaal), niet dat elk huishouden evenveel spaart als het investeert → financiële markten koppelen spaarders aan investeerders. Reken-truc: S = Y − C − G rechtstreeks (belastingen vallen tegen elkaar weg tussen privaat en publiek sparen)
Handig