12 Matching Annotations
  1. Last 7 days
    1. Daarna ga je van de hulplijn naar de werkelijke nieuwe budgetlijn. De relatieve prijzen blijven gelijk, terwijl de bestedingsruimte verandert. De beweging van B naar het nieuwe optimum C is het inkomenseffect. Samen vormen zij het totale prijseffect

      Nieuwe budgetlijn en oude indifferentiecurve.

    2. Het substitutie-effect isoleert de verandering in relatieve prijzen. In de grafiek teken je daarvoor een hulplijn die parallel loopt aan de nieuwe budgetlijn en de oude indifferentiecurve raakt

      Het substitutie effect vindt plaats op de indifferentiecurve

    3. Bij perfecte substituten (rechte indifferentiecurven) werkt de raakvoorwaarde MRS = Pₓ/Pᵧ niet — je krijgt een hoekoplossing: al het geld gaat naar het goed met het hoogste nut per euro (vergelijk a/Pₓ met b/Pᵧ). Bij perfecte complementen (L-vormig) ligt het optimum op de knik, niet op een raakpunt; los daar X = Y op met de budgetlijn. Zoek dus niet blind naar een raakpunt.
    4. en slotte veronderstellen we vaak een afnemende bereidheid om het ene goed voor het andere op te geven: wie al veel X heeft, wil voor nog één extra X minder Y inleveren.

      Voorkeuren en indifferentiecurven